Om de taal die in het Nederlands Spaans heet te benoemen, kan men twee woorden gebruiken: español (Spaans) of castellano (Castiliaans, uit Castilië) . Beide termen worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in Andalusië zegt men vooral español, in Catalonië vrijwel nooit), maar betekenen hetzelfde. Het meest pure Spaans wordt volgens vele Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid.

De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het vaak heeft over dialecten. Het gaat echter om in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.

Talen in Spanje:

Spain_languages Schermafbeelding 2015-11-14 om 14.40.59

De vier officiële regionale talen van Spanje zijn:

  • Catalaans (Spaans: Catalán, Catalaans: Català): wordt gesproken door iets meer dan 18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in Catalonië, de Balearen en de Comunidad Valenciana. Strikt taalkundig gezien is het Catalaans wat in Valencia wordt gesproken geen Catalaans maar Valenciaans (SP: Valenciano CA: Valencià). Tegenwoordig zijn er in de praktijk echter vrijwel geen verschillen meer te onderscheiden, en wordt de taal als Catalaans erkend.
  • Baskisch (ES: Vasco, BA: Euskara): wordt gesproken door iets meer dan 1 miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse bevolking. De Baskische taal vertoont geen enkele overeenkomst met welke andere taal dan ook.
  • Galicisch (ES: Gallego, GA: Galego): wordt gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal lijkt meer op Portugees dan Spaans.
  • Aranees: wordt gesproken door slechts 4000 mensen in de Val d’Aran in Catalonië. Taalkundig gezien is Aranees een dialect van het Occitaans, dat voor het overige vooral in Frankrijk wordt gesproken.

Het Spaans, Catalaans, Galicisch en Aranees zijn allemaal Romaanse talen, en stammen af van het Latijn, binnen elk van deze talen bestaan echter ook verschillende dialecten. Het Baskisch is een geval apart, er zijn namelijk geen overeenkomsten aan te wijzen met welke andere taal dan ook ter wereld. De twee niet-officiële regionale talen zijn:

  • Asturisch (ES: Asturiano, AS: Asturianu) wordt gesproken door ongeveer 100.000 mensen en wordt in Asturië wettelijk beschermd. Het is geen dialect van het Spaans, maar een aparte taal, en wordt in verschillende gebieden gesproken: Asturië, León, Zamora, Salamanca (daar heet de taal “llionés), Extremadura (daar heet de taal “extremeñu”) en Cantabrië (daar heet de taal “montañés”).
  • Aragonees (ES: Aragonés, AR: Aragonés): wordt gesproken door slechts 10.000 mensen in de provincie Huesca in Aragón. Ongeveer 40.000 mensen kennen de taal of hebben het geleerd (neo-fabláns), meestal in Zaragoza en Huesca. In de rest van Aragón, zuiden van Navarra en sommige gebieden in Valencia en Castilla-La Mancha, wordt het vaak met het Spaans vermengd. Het Aragonees stamt af van het Latijn.

De vier officiële regionale talen van Spanje spelen een relatief belangrijke rol, zowel op regionaal als op nationaal niveau. Ter vergelijking; in Spanje spreekt 24% van de bevolking één van de vier officiële regionale talen, dat komt neer op bijna 11 miljoen inwoners. In Nederland wordt de enige officiële regionale taal, het Fries door 400.000 inwoners, oftewel slechts 2,4% van de bevolking gesproken.

Spanje kent buiten de genoemde talen ook nog talloze dialecten en streektalen. Het beste voorbeeld daarvan is het Spaans dat wordt gesproken in Andalusië door ongeveer 7 miljoen mensen, met grote verschillen in vocabulaire en uitspraak. Het zogenaamde Andaluz (Andalusisch) is voor vele andere Spanjaarden moeilijk te verstaan. Het Valenciaans, een variant van het Catalaans gesproken in de gelijknamige regio, wordt door veel Valencianen zelf zelfs als een aparte taal beschouwd.